Geboren worden in een ander land, maar er is om een bepaalde reden geen ruimte voor jou. Een opvoeding dient elders te gebeuren, waar dat dan ook mag zijn. De eerste afwijzing dat een kind kan ervaren. Hoe ontwikkelt dit zich op latere leeftijd? Welke ‘problemen’ kunnen hier uit voortvloeien en is er überhaupt een diagnose te stellen bij mentale kortsluitingen als het gaat om interlandelijke adoptie? In mijn vorige blog sprak ik al een beetje over de mentale problematiek bij geadopteerden. In dit blog wil ik daar dieper op ingaan en dan met name de hechtingsproblematiek.

Volgens emeritus hoogleraar adoptie Rene Hoksbergen komt 50 tot 75 procent van de adoptiekinderen aan met psychische problemen, deze kunnen zich ook nog eens uiten op latere leeftijd. In mijn optiek is adoptie en de problematiek waarmee het samenhangt een complex iets. Er kunnen vraagstukken optreden waar antwoorden lastig of soms niet te vinden zijn. Dit kan leiden tot een dusdanig vraagstuk waar iemand zelf niet meer kan uitkomen. Vaak wordt er gesproken over het Geen Bodem Syndroom, oftewel een hechtingsstoornis ook wel bekend onder de naam (DSM-IV) RHS (Reactieve Hechtingsstoornis) die vrijwel eerst bij zuigelingenleeftijd voorkomt. Zou dit dan hetgeen zijn wat de heer Hoksbergen bedoeld? Kinderen die op een dusdanige jonge leeftijd al een trauma oplopen, zich niet emotioneel kunnen hechten aan hun nieuwe ouders of andere verzorgers. Ligt dit aan verwaarlozing in de eerste levensdagen, het onthouden van fysieke basisbehoeftes? Het kan ook ontstaan omdat een kind onvoldoende gelegenheid krijgt om een emotionele band te vormen.

Lees verder: http://www.psyblog.nl/2018/08/30/niet-aarden-adoptie-hechting-problematiek/